Oma Bep

Bep is 93 en woont in een verzorgingstehuis. Ze kijkt de hele dag tv, krijgt nooit bezoek en eet iedere dag stipt om 11.00 één worstenbroodje met een lepeltje knoflooksaus. Het personeel heeft een grafhekel aan Bep en hoopt collectief dat ze zich op een dag verslikt in haar worstenbroodje. Dat zeg ik niet om medelijden voor Bep op te wekken, het is gewoon zo.

Toch is haar leven niet zo uitzichtloos als het lijkt. Bep spaart namelijk restaurantzegels bij de Albert Heijn. Spaaracties houden haar jong van geest, denkt ze. Maar Bep moet realistisch zijn: dit is haar laatste spaaractie. Het lichaam wil niet meer en het besturen van de rollator kost haar steeds meer moeite. Toch heeft ze nog puf om twee keer per week de Albert Heijn binnen te rollen. Bep heeft het niet breed, maar grijpt wat ze grijpen kan, totdat ze voor tien euro aan boodschappen bij elkaar gesprokkeld heeft. Want dat staat gelijk aan één zegeltje.

Op een regenachtige zondagmiddag ergens in april, arriveert Bep bij de kassa van de Albert Heijn. Ze heeft slechts 9,65 op zak. De caissière is onverbiddelijk: “U mag de boodschappen meenemen, maar krijgt geen zegeltje mevrouw. U mist 35 cent.” De tranen springen in haar ogen. Een man in de rij schiet te hulp en zegt dat hij wel 35 cent kan missen. Maar dat gaat er niet in bij de caissière: “Zo werkt dat hier niet, meneer.” Ze wendt zich tot Bep: “En nu ophoepelen, oude graftak. U houdt de rij op.” Droevig rolt Bep weer naar huis. Zonder zegeltje. En met een tas vol boodschappen die ze toch nooit zal gebruiken.

Maar Bep geeft niet op. Ze plundert het laatste geld van haar pensioen, trekt haar spaarrekening leeg en rolt terug naar de Albert Heijn. Hoe dan ook, haar kleinkinderen krijgen een gratis 2e 3-gangenmenu. Alle zestien. Het is haar levensdoel geworden. Bep weet dat ze niet meer lang te leven heeft, maar ziet de dood blijmoedig tegemoet, wetende dat ze haar kleinkinderen een prachtig geschenk gaat achterlaten. Ze zouden van haar houden, tot lang na haar dood.

Een week later ligt ze op haar sterfbed. Haar kinderen, kleinkinderen, broers en zussen, allemaal hebben ze zich rond haar bed verzameld. Daar ligt ze dan. Kwijlend, kreunend en kapotgeslagen door het leven, dat haar nooit gespaard heeft. Één zegel. Dat is wat ze te kort komt. Haar jongste kleinkind, nu elf jaar oud, komt bij het bed van zijn oma staan en geeft Bep een kus op haar wang. Hij mag als enige niet mee uit eten met zijn neven en nichten. “En dat is jouw schuld, oma. Jij ligt hier nu wel dood te gaan, maar je hebt één zegeltje te weinig gespaard. Je hebt me teleurgesteld, Bep”, zegt hij terwijl ze haar laatste adem uitblaast.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s